zaterdag 28 augustus 2010

Uit de diepte

Een gedicht van Nel Benschop uit: Geloven is geluk


mijn God, de wolken zijn zo zwart:
geen stukje blauw, geen randje licht;
zo donker is het in mijn hart. -
Ik wil hieruit - de deur is dicht;
ik roep en roep - ik wordt zo moe;
de echo spot: de deur blijft toe. 


Komt U misschien vandaag voorbij?
Ga dan niet verder, maar blijf staan
en raak mij aan - zie om naar mij, 
laat mij weer in Uw vreugde gaan!
Heer, hoor mijn roepen, dringend, luid:
Laat mij eruit! - Laat mij eruit!


___________________________________________________
Zoeken naar God ...
Hoe? Op welke manier? 
Echte zuivere waarheid. Waar is die te vinden?
God alleen weet het antwoord. Maar hoe kom ik daarbij?


Xx.

MsEsj










woensdag 11 augustus 2010

Afdwalende gedachten

Een uitspraak van Frère Roger van Taizé uit: Vrede in je hart


Als je aan het bidden bent, schieten vaak allerlei gedachten en beelden door je hoofd. Soms ontdekken we met verbazing: 'Mijn gedachten dwalen af, mij hart raakt versnipperd', dan antwoordt het evangelie: 'God is groter dan ons hart'. 


1 Johannes 3 : 20 "Want indien ons hart ons veroordeelt, God is meerder dan ons hart, en Hij kent alle dingen."


dinsdag 10 augustus 2010

Advies

Deze woorden schreef David Brainerd, 29 jaar oud en zendeling onder de Indianen een paar maanden voor zijn dood (1747)


'Wijd jezelf aan gebed, lees en overdenk Gods waarheid, probeer daarin tot op de bodem dor te dringen en wees nooit tevreden met oppervlakkig begrip.'

dinsdag 20 juli 2010

Voor jou

Een gedicht van Nel Benschop uit de bundel: De vogel van het woord


Ik bid voor je - vier kleine woorden:
een wereld van barmhartigheid,
van liefde, die het roepen hoorde
om hulp, om mede-deel-zaamheid


Ik bid voor je - een samen weten:
dat je van God alleen de kracht, 
de wil om 't donk're te vergeten, 
de moed om dóór te gaan, verwacht. 


Bidden en doen - helpen en horen,
maar ook een daad die àlles vraagt,
omdat het hart alleen de sporen
van liefde voor de ander draagt













maandag 12 juli 2010

Oprecht

Een uitspraak van C.S. Lewis


"We moeten datgene wat in ons zit voor Hem neerleggen, niet datgene wat in ons hoort te zitten"

donderdag 8 juli 2010

Liefde

Een gedicht van Nel Benschop uit de bundel: Geloven is geluk

Je kunt wel over liefde praten,
maar aan de kern kom je dan nog niet toe;
want liefde is niet: doen of laten,
't is geen verklaring van 't waarom of hoe. 
De liefde is niet enkel geven,
al doet ze dat ook nog zo graag en veel;
het is niet enkel iets beleven
van een twee-eeheid, van een nieuw geheel;
ze wil geen moeilijkheid ontlopen,
maar vecht zich dapper door verdriet en pijn'
ze blijft geloven, ze blijft hopen,
ze is de enige manier van zijn. 

donderdag 1 juli 2010

Bidden

Een uitspraak van Henri Nouwen


Bidden is wandelen in het volle licht van God en een eenvoudigweg zeggen, zonder je in te houden: "Ik ben mens en U bent God"



woensdag 30 juni 2010

Zonnebloemen

Een gedicht van José van de Rijdt



Zonnebloemen
zijn een voorbeeld
voor ons mensen

Zonnebloemen draaien
mee met de richting
van het licht

Ze hebben niets anders te doen
dan in het zonlicht te staan
en te bloeien

Hun missie is
net als de onze
door hun houding
getuigen van hét Licht

dinsdag 22 juni 2010

Dagdroom

Een gedicht van Nel Benschop uit de bundel: een boom in de wind


Ik kijk door 't raam en zie de wolken drijven,
en ongewild gaan mijn gedachten mee
ver weg, ver weg. Ik wil hier niet meer blijven,
ik wil de bergen zien, de bossen en de zee;
'k wil dat de wind mijn haren zacht zal strelen;
en dat de zon mij als een minnaar kust;
ik wil mijn tranen met de regen delen,
'k wil dat de nacht naast mij op't kussen rust.
Ik wil alleen zijn met de stille bomen,
de bloemen storen mijn gedachten niet;
ik wil de dromen van de bergen dromen,
en zingen in een juichend vogellied.
Ik wil gelukkig langs de paden zwerven,
ik wil vergeten al mijn grauw verdriet,
en eindelijk weer de stille rust verwerven
een kind van God te zijn - en anders niet....





zaterdag 19 juni 2010

Het licht

HET LICHT een gedicht van Martinus Nijhoff uit zijn bundel: de wandelaar. 



Het licht, Gods witte licht, breekt zich in kleuren:
Kleuren zijn daden van het licht dat breekt.
Het leven breekt zich in het bont gebeuren,
En mijn ziel breekt zich als ze woorden spreekt.

Slechts die zich sterven laat, kan ’t leven beuren:
O zie mijn bloed dat langs de spijkers leekt!
Mijn raam is open, open zijn mijn deuren -
Hier is mijn hart, hier is mijn lichaam: breekt!

De grond is zacht van lente. Door de bomen
Weeft zich een waas van groen, en menschen komen
Wandelen langs de vijvers in het gras -

Naakt aan een paal geslagen door de koorden,
Ziel, die zichzelve brak in liefde en woorden:
Dit zijn de daden waar ik mensch voor was. 




______________________________________________________________________________
Ik wil jullie graag wat meer vertellen over dit gedicht. Niet alleen omdat ik de bewoording prachtig vind maar ook omdat het gedicht een hele diepe gedachte in zich draagt. Of deze gedachte waarheid is, daar moeten we maar eens diep over na denken. De achtergrond informatie is deels van Arend Jan Bolhuis, deels op school gehoord en deels eigen interpretatie. 


In de eerste strofe wordt een scheppingsproces beschreven. De woorden God, licht en leven verwijzen naar Johannes 1: 1-4 (In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is. In Hetzelve was het Leven, en het Leven was het Licht der mensen). Dit scheppingsproces wordt vergeleken met het natuurkundig proces van een prisma: zoals licht dat breekt in een prisma, kleuren schept. Arend Jan Bolhuis geeft als uitleg bij deze regels: het goddelijk licht, het leven offerde zichzelf, met als gevolg dat het aardse leven in de vorm van 'kleuren' en 'bont gebeuren' ontstond. De laatste regel van de eerste strofe is van grote betekenis want er wordt hier geschreven over het 'dichtproces'. De ik-persoon van het gedicht beweerd dat zoals kleuren gestalte krijgen door licht wat breekt, zo breekt zijn ziel als hij dicht waardoor iets moois ontstaat. 


In de tweede strofe wordt dit 'breken' verder uitgediept. De eerst regel van strofe 2 verwijs naar Mattheus 16:25 (Want zo wie zijn leven zal willen behouden, die zal hetzelve verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal, om Mijnentwil, die zal hetzelve vinden). De tweede regel verwijst naar Christus' offer aan het kruis. Alleen het is slechts een vergelijking om het begrip 'offer' duidelijk te maken. (Een groter offer is toch op aarde nooit gebracht?) Zoals God moest lijden om de wereld te vernieuwen en te herscheppen zo kan de  'ik' er niet onderuit: hij moet breken om iets moois te verwerven. Het werk van een dichter is een offer. Hij moet zichzelf open gaan stellen voor anderen, daardoor wordt je kwetsbaar (anderen zullen immers zijn gedichten lezen) - zie regel 7 en 8. Maar uit dit pijnlijke proces zal iets positiefs ontstaan. 


In de derde strofe wordt het 'paradijselijke gevolg' beschreven van het offer waar het in de eerste twee strofen over gaat. 


De vierde strofe zegt weer iets over het pijnlijke proces van breken: Het pijnlijke is het zichzelf open durven stellen (strofe 2) maar ook het daadloos en eenzame van de werkelijkheid achter je te laten om zo voor jezelf en anderen (er staat in strofe 3 niet voor niets het woordje 'liefde' wat er op wijst dat de dichter het ook voor anderen doet) in het gedicht een nieuwe ideale wereld te scheppen (strofe 3). 


Ik vind het zelf een heel bijzonder gedicht, wat schitterend geschreven is. En wat betreft de boodschap: daar ga ik nog maar eens lang over nadenken, want echt begrijpen wat deze schrijver bedoeld is voor mij tot nu toe te hoog gegrepen. 


Xx.
MsEsj